Zeven vragen over de weercodes van het KNMI: ‘Het blijft een verwachting’

Op NUjij, het discussieplatform van NU.nl, worden regelmatig kritische vragen gesteld over de weerwaarschuwingen van het KNMI. ‘Ik geloof er niks van. Hoe vaak zitten ze er naast?’, werd ook vrijdag gereageerd. Wij leggen de meest gestelde vragen voor aan het KNMI.

  • Code geel: mogelijk kans op gevaarlijk weer, wees alert
  • Code oranje: grote kans op gevaarlijk weer, wees voorbereid
  • Code rood: weeralarm voor extreem weer met veel impact

Geven jullie de codes niet ten overvloede af? Straks nemen mensen geen maatregelen meer.

“Nee, dat doen we niet. We geven de codes heel zorgvuldig af. We verkleinen hiermee maatschappelijke schade en problemen van extreem weer. Ook vandaag is lokaal veel overlast: wegen zijn ondergelopen en het water stroomt sommige gebouwen binnen.”

Ik heb het idee dat er steeds vaker codes worden afgegeven. Klopt dit?

“Het aantal keren dat we de codes afgeven neemt in vergelijking tot andere jaren niet toe. Wat we wel zien, is dat code geel vaker aandacht in de media krijgt. Dat is fijn, maar soms krijgen mensen de verkeerde indruk. Wanneer we bijvoorbeeld code geel afgeven voor onweer, dan schrijven media soms ‘KNMI geeft weeralarm af’. Daarmee wordt de code geel, onze lichtste waarschuwing, zwaarder gemaakt dan waarvoor hij bedoeld is (alleen code rood is een weeralarm, red).”

Waarom bestaat code geel nog? Code oranje of rood valt nog te begrijpen omdat de kans groot is, code geel lijkt mij verwaarloosbaar.

“Code geel is, in tegenstelling tot de andere codes, meer doelgroepgericht. Als je de hele dag binnen aan het werk bent, merk je er misschien minder van. Maar tijdens bijvoorbeeld een avondvierdaagse is het goed als de organisatoren gewaarschuwd zijn voor onweersbuien. Het kan zijn dat jij minder rekening hoeft te houden met het weer dan een ander. Ook voor maatschappelijke partijen als Rijkswaterstaat, Schiphol, ProRail, politie en brandweer is het noodzakelijk zorgvuldig te anticiperen op extreem weer.”

Is een provincie niet een te groot gebied voor weercodes?

“Het is onze taak vanuit de overheid om dit per provincie te doen. We proberen de weercodes per provincie steeds beter te duiden, bijvoorbeeld via weerkaarten op sociale media en de teksten op onze website. We hebben het over ‘het westen’ van de provincie, niet enkel over het hele gebied.”

Is het niet tijd voor een nieuw systeem?

“We denken na over een systeem op kleinere schaal, maar daar komen heel veel vragen bij kijken. Hoe moeten we die kleinere gebieden dan indelen? Wat vinden onze stakeholders? En is Nederland überhaupt wel geschikt voor een kleinere schaal?”

Voor wie zijn weercodes bedoeld? Alleen voor burgers, of ook voor organisaties?

“Voor beide. De codes zijn een handreiking aan de burger. Doe er zelf je voordeel mee. Maak eigen afwegingen. Een huisarts zal bij Oranje nog gewoon zijn patiënten bezoeken. Een ander zal iets een dagje uitstellen. Daarnaast zijn verschillende organisaties waarbij code oranje verschillende protocollen in werking worden gezet. Zo zijn de brandweer, de politie en de veiligheidsregio’s bijvoorbeeld alerter. De codes gelden dus voor zowel het algemene publiek als voor organisaties.”

Wat vinden jullie van de kritiek op weercodes?

“We nemen kritiek serieus, maar de codes blijven een verwachting. Dit proberen we beter naar de mensen toe te communiceren. Zo komt het weleens voor dat bijvoorbeeld onweer zich toch niet verder ontwikkelt, of verdwijnt boven de Noordzee. Maar, we geven de codes natuurlijk niet zomaar af. Als we het doen, dan is er wel een reële kans. Mensen zijn ook geneigd om ‘missers’ lang te onthouden, maar de vele keren dat de waarschuwingen ‘in de roos’ zijn, vinden we vanzelfsprekend.”