‘WhatsAppen en sociale media leiden niet tot taalverloedering’

Wie veel gebruik maakt van WhatsApp en sociale media leidt niet tot taalverloedering. Dat meldt de Radboud Universiteit Nijmegen dinsdag op basis van onderzoek van taalwetenschapper Lieke Verheijen.

Uit het onderzoek van Verheijen bleek dat hoe jongeren op school schrijven niet wordt beïnvloed door chats, sms’jes, tweets en whatsappjes. Bij tieners zorgt veel chatten er juist voor dat ze op school minder spelfouten maken. “Jongeren die sociale media op een actieve en talig creatieve manier gebruiken schrijven juist schoolteksten van hogere kwaliteit”, staat in het onderzoek.

Het niet zelf versturen van chat-berichten maar het alleen lezen kan wel leiden tot slechter schrijven op school. Vooral bij lager opgeleide jongeren is dat het geval. Ook jongeren die op sociale media gebruik maken van zogeheten woordvoorspellers en autocorrectie behalen op school slechtere resultaten voor spelling.

Verheijen bestudeerde teksten van verschillende sociale media. Ook liet ze honderden jongeren een enquête invullen over hoe ze social media gebruikten. Daarnaast testte ze ook hun schrijfvaardigheid.

Tenslotte deed ze ook testjes waaruit bleek dat jongeren die eerst een kwartier hadden tekstberichtjes hadden gestuurd vervolgens minder spelfouten maakten bij een schrijfoefening dan jongeren die niet hadden gechat.

“Je kunt de digi-taal ook zien als een vorm van taalverandering. We praten en schrijven nu ook niet allemaal hetzelfde als eeuwen geleden. Het is nu alleen meer zichtbaar omdat we veel meer informeel getypte teksten rondsturen”, aldus Verheijen. “Nieuwe media zijn niet per se de oorzaak, maar ze maken taalverandering meer zichtbaar.”