Waarom ‘roversnest’ Gelderland zich als laatste aansloot bij de Nederlanden

Gelre (Gelderland) was lange tijd het laatste onafhankelijke gewest van de Nederlanden. Plunderend trok de Gelderse legerleider Maarten van Rossum de rest van het land door. Hoe kon dit gebeuren?

TEST: Ken jij de oud-Nederlandse werkwoorden? Doe de test van Quest!

Den Haag wordt in 1528 leeggeroofd door barbaren. Door de straten struinen 3.000 rovers, die alles meenemen wat los- en vastzit. Hooggeplaatste bewoners worden ontvoerd om later losgeld voor te eisen. De boel wordt nog net niet platgebrand, maar alleen omdat de stad bereid is om 8.000 gulden te betalen. Wie zit er achter deze misdaden?

De vijand komt niet van ver, maar van om de hoek: uit Gelre. Legeraanvoerder Maarten van Rossum (niet te verwarren met de tv-historicus Maarten van Rossem) trekt met zijn troepen een spoor van vernieling door Holland, met soldaten die waar ze komen “Gelre, Gelre” schreeuwen. Waar omringende hertogdommen, graafschappen en heerlijkheden stuk voor stuk zijn opgeslokt door steeds groter wordende rijken, houdt Gelre als enige haar zelfstandigheid.

‘De oorlog betaalt de oorlog’

Tussen 1514 en 1542 maakt Van Rossum talloze strooptochten door Holland en Brabant. In die tijd staat Gelre in de rest van Nederland bekend als een soort schurkenstaat. Vooral in Brabant beklagen schrijvers zich dat de Gelrenaren telkens terugkomen om te roven, moorden en plat te branden. ‘Snaphanen’ noemen zij hen. Dat is een klassiek scheldwoord voor rondreizende rovers.

Van Rossum probeert geen gebied te veroveren, maar trekt met zijn legers van stad naar stad. Daarbij krijgen belegerde dorpen en steden de keuze: of een flink geldbedrag betalen, of platgebrand worden. Dat levert een prima salaris voor de troepen op, zonder dat ze Gelre geld kosten. Van Rossum noemt dat zelf “de oorlog de oorlog laten betalen”.

Een portret van Maarten van Rossum te paard. (Afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam/Cornelis Anthoniszoon)

Eén gebied blijft dapper weerstand bieden

Al klinkt Van Rossums methode barbaars, uitzonderlijk is die in die tijd niet, vertelt historicus Aart Noordzij van de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Van Rossum is een typische veldheer uit de zestiende eeuw. Hij is eerder exemplarisch dan een uitzondering.”

De buren van Gelre zijn inmiddels allemaal in handen van het Habsburgse Rijk, dat ook Oostenrijk, Spanje, Zuid-Italië en delen van Midden-Europa omvat. Een deel erfden de Habsburgers van de Bourgondiërs, Utrecht en Friesland werden begin zestiende eeuw opgeslokt.

Hierdoor bezitten de Habsburgers nu de hele Nederlanden, op één gebied na dat dapper weerstand blijft bieden. Gelre omvat het huidige Gelderland, en ook delen van Limburg en Duitsland.

Kies je vrienden

De strooptochten van Van Rossum richten heel wat uit. Maar het echte succes ligt bij die politieke top, vertelt Noordzij. “Het grote conflict in de zestiende eeuw vindt plaats tussen de Habsburgers en Frankrijk. Hertog Karel van Gelre buit dit maximaal uit.”

Terwijl Gelre steeds meer wordt ingesloten door de Habsburgse Nederlanden, onderhoudt het een strategische alliantie met de Fransen, de aartsvijanden van de Habsburgers. Zo is het hertogdom verzekerd van zeer machtige steun. Al kan Gelre militair gezien niet op tegen de Habsburgse legers, de Gelrenaren worden dankzij hun machtige vrienden toch met rust gelaten. Zelfs als ze in Holland en Noord-Brabant vernielingen aanrichten.

Het leger van Karel van Gelre buiten Amsterdam. (Foto: Rijksmuseum Amsterdam/Simon Fokke)

Gelre geeft zich gewonnen

Toch loopt het uiteindelijk ook met de trotse snaphanen mis. In 1543 wordt Gelre alsnog bij de Habsburgse Nederlanden gevoegd. Tot dan toe is Gelre buiten schot gebleven, doordat de Habsburgers ook andere dingen aan hun hoofd hadden. Want ze voerden niet alleen strijd met de Fransen, er waren ook oorlogen in de Italiaanse laars en met de Ottomaanse sultan.

Zodra Karel eenmaal de tijd en middelen heeft om Gelre aan te pakken, gaat het snel. Ook omdat het verzet beperkt was, vermoedt Noordzij. “Ik denk dat veel mensen wel tevreden waren dat de oorlogen eindelijk achter de rug waren.” De onafhankelijkheidsstrijd kostte Gelre veel geld. Nu kan de nieuwbakken provincie met de andere Nederlanden samenwerken, en dat blijkt al snel goed voor de economie. De veroverende vorst blijkt bovendien zo’n kwaaie niet.

En Maarten van Rossum, moet die vrezen voor zijn leven? Nee hoor, hij gaat gewoon aan de slag voor de vijand die hij eerder nog zo kwelde. Zijn kwaliteiten als vechtersbaas komen ook de Habsburgers prima van pas.

TEST: Ken jij de oud-Nederlandse werkwoorden? Doe de test van Quest!