Waarom laten we ons niet door feiten overtuigen? Dat ligt aan ons brein

Het stikstofdebat, criminaliteitscijfers, klimaatverandering of die speler van Ajax die wel of geen rode kaart had moeten krijgen; mensen denken vooral in hun eigen straatje en staan nauwelijks open voor informatie die in strijd is met hun standpunt. Ze trekken zelfs wetenschappelijk onderbouwde feiten in twijfel om hun eigen gelijk te halen of te houden. Hoe menselijk is dit fenomeen?

Woensdagochtend verzamelden zeker duizend boeren zich bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De reden voor hun komst: ze vertrouwen de metingen van het wetenschappelijke instituut niet. Uit gegevens van het RIVM blijkt dat de agrarische sector goed is voor 46 procent van de stikstofuitstoot in Nederland.

Het NOS Radio 1 Journaal interviewde een jonge boerin, die klaagde dat door de steeds strenger wordende regels “boeren in de toekomst helemaal niet meer mogelijk is”.

“Maar vertrouwt u niet dat u de oorzaak bent van die stikstofdepositie, die 46 procent?”, vroeg de interviewer.

“Ja, daar ben ik het ook helemaal niet mee eens.”

“U kunt het er niet mee eens zijn, omdat het vervelend is. Maar betekent dat ook dat u geen vertrouwen heeft in die wetenschappelijke methoden?”

“Ja, daar heb ik ook geen vertrouwen in”.

“Waarom niet?”

“Ja, ik ben het er gewoon echt niet mee eens.”

NU.nl zette dinsdagavond al uiteen dat er weinig valt af te dingen op de meetmethoden van het RIVM en dat wel degelijk openbaar is hoe die methoden tot stand komen. Veel klachten die de aanvoerders van het boerenprotest hebben, zijn te weerleggen.

RIVM-directeur Hans Brug benadrukte woensdag tegenover de boeren dat de meetmethoden robuust zijn. Ze worden bijvoorbeeld jaarlijks door buitenlandse experts gecontroleerd, juist om die kwaliteit te waarborgen.

Een boze boer met zijn trekker in De Bilt. (Foto: Pro Shots)

Een mening is lastig te veranderen

Het is de vraag of het überhaupt mogelijk is om mensen in dit soort kwesties op andere gedachten te brengen. “De mening van een persoon die van iets overtuigd is, is lastig te veranderen”, schreven onderzoekers Leon Festinger, Henry Riecken en Stanley Schachter in 1957 al in hun boek over sociale psychologie When Prophecy Fails.

“Vertel hem dat je het niet met hem eens bent en hij wendt zich af. Toon hem feiten of grafieken en hij trekt je bronnen in twijfel. Roep op tot logica en hij wil je punt niet zien”, beschrijven de onderzoekers in het boek.

“Stel je voor dat hij wordt geconfronteerd met ondubbelzinnig en onmiskenbaar bewijs en wat gebeurt er vervolgens? Dan raakt het individu doorgaans nog meer dan ooit overtuigd van zijn eigen gelijk.”

“Het zou het mooiste zijn als je met zo veel mogelijk verschillende informatie in aanraking komt.”

Marjan Bakker, Universiteit Tilburg

Confirmation bias speelt door internet steeds nadrukkelijkere rol

Marjan Bakker, als gedragsdeskundige verbonden aan Tilburg University, gebruikt hiervoor de term confirmation bias en stelt dat dit juist in het huidige internettijdperk een steeds nadrukkelijkere rol speelt.

“Confirmation bias betekent eigenlijk gewoon dat als er bewijs wordt geleverd dat tegen je standpunt is, je dat negeert of afkeurt. Terwijl je het veel makkelijker accepteert als het in jouw straatje past. Je eigen standpunten worden daarmee alleen maar sterker”, aldus Bakker.

Dat is niet eens een bewuste keuze. Iedereen doet het. “Het is vaak wel nuttig om op die manier naar de wereld te kijken”, legt Bakker uit. “Het werkt best goed om de bevestiging te zoeken.”

‘Kom met zo veel mogelijk verschillende informatie in aanraking’

Het wordt problematischer als mensen in de zogeheten filterbubbel zitten. Zeker op online platformen als Facebook wordt gebruikers vrijwel alleen nog datgene voorgeschoteld wat bij hun mening past. Iemand die GroenLinks stemt, zal niet zo snel op de pagina van de PVV belanden en omgekeerd. Het resultaat is een overvloed aan informatie die strookt met je overtuigingen.

“De filterbubbel en confirmation bias versterken elkaar heel erg. Je ziet vaak dat informatie die al in iemands straatje past vooral in zo’n bubbel aan bod komt. Maar het zou het mooiste zijn als je met zo veel mogelijk verschillende informatie in aanraking komt”, benadrukt Bakker.

“Ik zou het goed vinden als mensen zich ervan bewust zijn dat je dit soort vooroordelen hebt. Dat het vaak goed werkt, maar dat soms ook verkeerd kan gaan”, aldus Bakker. Ze beaamt dat de oplossing voor dit probleem bij scholen kan liggen. Daar kunnen leerlingen al leren hoe de hersenen werken.

Daardoor kunnen ze beter leren begrijpen dat het menselijk brein het zijn gebruiker soms te makkelijk maakt. “Het is goed om je daarvan bewust te zijn en scherp te oordelen. Kijk je even kritisch naar alle informatie die binnenkomt? Of laat je het afhangen van of het in je straatje past?” Ze voegt eraan toe dat overtuigingen die op jonge leeftijd bij iemand zijn ontstaan het hardnekkigst zijn.

Internetgebruikers krijgen op platforms als Facebook doorgaans vooral informatie te zien die in hun straatje past. (Foto: Getty Images)

Gedrag is van alle tijden

Hoewel het in het huidige internettijdperk sterker naar voren komt, is duidelijk dat dit soort menselijk gedrag van alle tijden is. In 1957 schreven Festinger, Schachter en Riecken al over ‘gemotiveerd redeneren’: de term die beschrijft hoe mensen zichzelf blijven overtuigen van wat ze willen geloven. Ze zoeken overeenstemmende informatie en nemen dat ook makkelijker tot zich. Ze ontwijken, negeren, devalueren, vergeten of gaan in tegen informatie die hun overtuiging tegenspreekt.

Jonas Kaplan, Sarah Gimbel en Sam Harris van de University of Southern California onderzochten in 2016 hoe het brein ervoor zorgt dat het voor mensen lastig is om van overtuiging te veranderen. Ze probeerden dit uit bij veertig Amerikaanse liberalen (die voornamelijk op de Democratische partij stemden) door hun brein nauwgezet in de gaten te houden, terwijl ze werden geconfronteerd met argumenten en informatie die tegen hun sterke politieke, maar ook niet-politieke overtuigingen in gingen.

Hieruit bleek dat negatieve emotie en bedreiging van de eigen identiteit een grote rol spelen. De delen van het brein die hiermee verbonden zijn, worden actiever. Hoewel het een beperkt onderzoek was, werd duidelijk dat mensen het vaak als een persoonlijke aanval ervaren als hun overtuigingen worden weersproken. Iemands mening hangt sterk samen met haar of zijn identiteit.

Brein schiet te hulp om negatieve emoties te verminderen

De negatieve emotie ontstaat vooral door het conflict tussen het belang van de bestaande overtuiging en de onzekerheid die wordt gecreëerd door de nieuwe informatie, zo schrijven de onderzoekers. Om de impact van deze negatieve emotie te verminderen, zoekt het brein waarschijnlijk naar snelle manieren om de impact van het tegensprekende bewijs te verkleinen: de bron betwisten, tegenargumenten ontwikkelen, de oorspronkelijke houding bevestigen of selectief de nieuwe informatie ontwijken.

De wetenschappers concludeerden dat het voor de deelnemers makkelijker was om van mening te veranderen op niet-politieke thema’s dan politieke overtuigingen te veranderen. Toen ze hier weken later naar werden gevraagd, bleek de niet-politieke tegenstrijdige informatie beter te zijn overgekomen.

Iemands mening veranderen, zo stelt dit onderzoek, is dus wel degelijk mogelijk. Maar als het om politieke thema’s gaat, zien mensen het vooral als een aanval op hun identiteit.