Verdediging: Thijs H. handelde niet weloverwogen bij fatale steekpartijen

De verdediging van Thijs H. wijst er in het pleidooi nog eens op dat de man vanwege zijn ernstige psychose niet weloverwogen gehandeld kan hebben bij het doodsteken van de drie wandelaars in mei van vorig jaar. Het Openbaar Ministerie (OM) betoogde dinsdag dat H. niet ontoerekeningsvatbaar is en eiste naast tbs een forse celstraf van 24 jaar, iets wat de verdediging nu aanvecht.

In het felle requisitoir van het OM werd onder meer beschreven dat H. ten tijde van zijn psychose bepaalde weloverwogen handelingen liet zien.

Zo zeiden de officieren van justitie dat hij zijn telefoon had uitgezet en dat H. expres geen jeugdige slachtoffers had uitgekozen. In het uren durende betoog kwam het OM tot de conclusie dat de man niet volledig ontoerekeningsvatbaar was, maar verminderd toerekeningsvatbaar. Dit maakte de weg vrij voor het eisen van een forse celstraf.

De advocaten van H., Serge Weening en Joost de Bruin, betogen woensdag echter dat H. helemaal niet weloverwogen gehandeld kan hebben. De aangestelde deskundigen, een psycholoog en een psychiater van het Pieter Baan Centrum (PBC), hebben tijdens een eerdere zitting benoemd dat bij H. een denkstoornis is waargenomen.

Dat betekent dat de man kan plannen en keuzes kan maken, maar dan wel “binnen die heel gestoorde realiteit van zijn psychose”, zo herhaalt De Bruin de woorden van de experts. Op de buitenwereld kunnen deze handelingen overkomen als weloverwogen, terwijl de experts van het PBC heel bewust afstand hebben gedaan van deze term, zo legt de verdediging uit.

‘Deskundigen van PBC hebben H. lang kunnen onderzoeken’

De verdediging van H. verweert zich ook tegen het beeld dat is geschetst over het onderzoek van het PBC. Volgens het OM is dit gemankeerd, omdat de onderzoekers mogelijk te zwaar hebben geleund op de verklaringen van H. en zijn ouders. Ook vonden de officieren van justitie het opmerkelijk dat er niet is gesproken met de behandelaars die H. had voorafgaand aan de steekpartijen. Zij zagen geen of weinig tekenen van een psychose of pakten hier niet op door.

Volgens De Bruin hoeft echter niet te worden getwijfeld aan de expertise van de deskundigen. “Ze hebben H. veel langer kunnen onderzoeken en ze hadden veel meer informatie dan de andere deskundigen”, zo legt hij uit. “Bovendien zijn ze forensisch deskundigen, dat geldt niet voor de andere hulpverleners.” Een forensisch deskundige is gespecialiseerd in het onderzoeken van de psyche bij iemand die verdacht wordt van een misdrijf.

Bij de start van het pleidooi zijn de advocaten nog kort teruggekomen op de sneren die zijn uitgedeeld door het OM aan onder meer de familie van H. “De ouders zijn volledig afgefakkeld, terwijl ze zich niet kunnen verdedigen”, zo zei De Bruin hierover.

Weening neemt woensdagmiddag het tweede deel van het pleidooi voor zijn rekening. De zaak begon uren later dan gepland, omdat H. als gevolg van een fout bij het vervoer niet was meegenomen. In de gevangenis van Vught was aan de verkeerde verdachte gevraagd of hij zich wilde klaarmaken. Toen deze verdachte zei dat hij niet naar de rechtbank hoefde, is het vervoer afgezegd.