Van pil tot spiraal: Welk anticonceptiemiddel kun je het beste gebruiken?

Iedere week beantwoordt Edwin de Vaal (46), huisarts in Nijmegen, een veel gestelde of opvallende vraag uit zijn praktijk. Deze week is dat: Welk anticonceptiemiddel kan ik het beste gebruiken?

“Het meest bekende anticonceptiemiddel is misschien wel de pil. Maar er zijn zoveel meer opties die je beschermen tegen een zwangerschap. Welke het best bij je past, hangt af van verschillende factoren.”

Betrouwbare anticonceptiemiddelen:

  • Condoom
  • (Prik)pil
  • Vaginale ring
  • Implantatiestaafje
  • Anticonceptiepleister
  • Spiraaltje (koper of met hormoon)
  • Sterilisatie

“Om te beginnen zijn er zowel middelen met als zonder hormonen verkrijgbaar. Middelen met hormonen voorkomen meestal dat er een eicel vrijkomt door je natuurlijk cyclus te beïnvloeden. Andere (hormoonvrije) methodes verhinderen dat een zaadcel en eicel bij elkaar komen. Of ze maken de baarmoeder tijdelijk minder gastvrij voor een bevruchte eicel, zodat deze zich niet kan innestelen.”

Maak een weloverwogen keuze, ook met de toekomst in je achterhoofd

“Meestal zijn het (jonge) vrouwen die op het spreekuur komen met de vraag welk anticonceptiemiddel ze het beste kunnen gebruiken. Zelfs als ze het al weten, leg ik ze altijd uit wat er nog meer mogelijk is. Het is belangrijk een weloverwogen keuze te maken, omdat je later niet snel overstapt naar een andere methode.”

Minder betrouwbare methoden:

  • “Voor het zingen de kerk uit”, het terugtrekken van de penis voor de zaadlozing
  • Periodieke onthouding: niet vrijen op en rondom de vruchtbare dagen van een vrouw
  • Het gebruik van alleen een zaaddodend middel
  • Pessarium: een kapje van rubber dat over de baarmoedermond wordt geplaatst

“Welk middel het beste bij jou past, is natuurlijk iets dat alleen jijzelf kunt bepalen met hulp en advies van je huisarts. Bereid je daarom goed voor en bedenk welke vragen je wilt stellen tijdens het consult. Een keuze maak je meestal voor een langere periode, totdat je privésituatie weer verandert.”

1) Condoom: beschermt ook tegen geslachtsziektes

“Het meest eenvoudig verkrijgbare voorbehoedsmiddel is het condoom. Er komt geen huisarts aan te pas en alleen deze vorm van anticonceptie beschermt je ook tegen geslachtsziektes. Daarnaast is het één van de weinige methodes waarbij ook de man zijn bijdrage kan leveren aan de anticonceptie.”

2) Pil: hormonen houden eisprong tegen

“In mijn praktijk vragen jonge meiden die nog niet seksueel actief maar wel al ongesteld zijn om de pil. Daar zitten twee hormonen in die de eisprong tegenhouden en je normale cyclus nabootsen. Het is een betrouwbare en veel gebruikte anticonceptiemethode. Daarnaast kun je er ook je cyclus mee regelen, maar dat moet natuurlijk niet de hoofdreden zijn. Het slikken van de pil geeft namelijk ook bijwerkingen en risico’s. “

“Bespreek dus altijd met je huisarts of het in jouw situatie verstandig is om de pil te gaan slikken.”(Foto: ANP)

3) Vaginale ring: zelf inbrengen

“Net als de pil geeft ook de vaginale ring hormonen af, ongeveer dezelfde als in de pil. Deze ring breng je zelf in de vagina in en verwijder je weer na drie weken in je stopweek om te menstrueren. Daarna breng je weer een nieuwe in. Sommige vrouwen vinden dit spannend, omdat ze de ring zelf moet plaatsen en weer ‘terugzoeken’.”

Morning-afterpil: alleen als noodoplossing

  • Ook de morning-afterpil is een anticonceptiemiddel, maar gebruik deze liever alleen als noodoplossing achteraf. Andere middelen zijn eenvoudiger en veel minder belastend voor het lichaam.

4) Prikpil en implantatiestaafje: cyclus langer plat leggen

“Een methode om de hele menstruatiecyclus wat langer plat te leggen, is de prikpil. Deze injectie krijg je iedere dertien weken van de doktersassistente. Een andere methode die hier veel op lijkt, is het implantatiestaafje in je bovenarm. Het blijft drie jaar zitten en geeft ook hormonen af. De kans is groot dat je tijdens het gebruik van één van deze middelen niet meer ongesteld wordt.”

5) Anticonceptiepleister: anticonceptie via de huid

“Een anticonceptiemiddel via de huid bestaat ook: de pleister. Dit kleine, doorzichtige pleistertje plaats je op je arm of borst. Het geeft hormonen af via de huid die zo in het bloed worden opgenomen. Een pleister zit er voor één week, waarna je ‘m wisselt voor een nieuwe. In totaal doe je dit drie weken. In de vierde, pleistervrije week, word je ongesteld.”

6) Spiraaltje: eicel kan zich minder makkelijk innestelen

“Het koperspiraaltje bevat geen hormonen en wordt in de baarmoeder geplaatst door de huisarts. Door het baarmoederslijmvlies te prikkelen, zwemmen de zaadjes er minder eenvoudig overheen en kan een bevruchte eicel zich minder makkelijk in de baarmoeder innestelen. Het hormoonspiraaltje houdt daarnaast ook het baarmoederslijmvlies dun, waardoor je minder of soms helemaal niet menstrueert.”

7) Sterilisatie: moeilijk ongedaan te maken

“Zowel mannen als vrouwen kunnen zich laten steriliseren in het geval ze zeker geen kinderen (meer) willen hebben. Hierbij worden de zaad- of eileiders doorgeknipt. Bij een man kan dat poliklinisch en soms zelfs bij de huisarts, maar een vrouw moet echt worden opgenomen. Jonge mensen worden nooit gesteriliseerd, want deze vorm van anticonceptie is in principe definitief en zeer moeilijk ongedaan te maken.”