Ruim vijfhonderd varkensboeren willen zich laten uitkopen

Er zijn 503 aanmeldingen van varkenshouders die zich uit willen laten kopen binnengekomen bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Dat is meer dan het kabinet had verwacht: het gereserveerde bedrag van 180 miljoen euro wordt waarschijnlijk overschreden, maakt het ministerie donderdag bekend.

Het is nog niet duidelijk hoeveel geld ermee gemoeid is; het aantal van 503 varkenshouders is namelijk nog niet definitief.

Varkensboeren konden zich tot en met 15 januari inschrijven als zij zich door de overheid uit willen laten kopen. Zij mogen daarna geen nieuwe varkenshouderij op een andere locatie starten.

De subsidieregeling was al afgesproken in het regeerakkoord uit 2017, dus nog voordat de Raad van State het stikstofbeleid van het kabinet verbood. Het vrijwillig stoppen van varkensboeren heeft dan ook te maken met geuroverlast, met name voor mensen die binnen een straal van 1 kilometer van de varkenshouderij wonen.

Maar deze boerenbedrijven stoten ook stikstof en CO2 uit, twee andere stoffen die het kabinet wil terugdringen met het oog op het klimaat en het milieu. Met die wetenschap in het achterhoofd is het voor de politiek interessant om te zien of boeren bereid zijn in ruil voor financiƫle compensatie te stoppen met hun bedrijf.

Boeren moeten aan aantal eisen voldoen om uitgekocht te worden

Deze cijfers zeggen iets over de interesse van de boeren om zich uit te laten kopen, maar dat betekent niet dat dit ook gebeurt. Zo moeten de boeren aan een aantal eisen voldoen.

Allereerst moet een bedrijf in het oosten of in het zuiden van Nederland staan, de gebieden waar de concentratie van varkenshouders het hoogst is en waar dus ook de meeste geuroverlast vandaan komt. Daarna kijkt het ministerie in hoeverre de boerenbedrijven geuroverlast veroorzaken, uitgedrukt in de zogenaamde ‘geurscore’.

In april krijgen de boeren die zich hebben aangemeld bericht of ze in aanmerking komen voor de opkoopregeling.