Ruim negentig procent van werkende vaders neemt ouderschapsverlof

Meer dan een op de tien Nederlandse jonge vaders neemt ouderschapsverlof op, waarbij ze tijdelijk minder werken om voor hun kinderen te zorgen. Een bijna even grote groep mannen wil dat ook wel, maar neemt toch geen verlofdagen op.

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Werknemers met kinderen jonger dan 8 jaar hebben het recht om een tijd lang verlofdagen op te nemen. Voor die dagen wordt je niet doorbetaald, maar afspraken in de arbeidsovereenkomst over bijvoorbeeld je functie blijven hetzelfde.

Zo’n 70.000 mannen maakten in 2017 gebruik van die regeling. Dat staat gelijk aan 11 procent van alle vaders die aanmerking kwamen voor ouderschapsverlof. Volgens het CBS waren er ook 66.000 vaders die ouderschapsverlof naar eigen zeggen goed konden gebruiken, maar dat niet opnamen.

‘Ouderschapsverlof verschilt bij werknemers per onderwijsniveau’

De vaakst genoemde redenen zijn de nadelige financiële gevolgen, minder carrièreperspectieven of de onmogelijkheid ouderschapsverlof te combineren met het werk.

Per onderwijsniveau zijn er duidelijke verschillen in het opnemen van ouderschapsverlof. Van de hoogopgeleide werkende vaders, neemt 13 procent ouderschapsverlof op. Bij vaders met een middelhoog opleidingsniveau is dat 10 procent, terwijl bij laagopgeleide mannen 5 procent ouderschapsverlof opneemt.

‘Percentage is in de loop der jaren amper veranderd’

Ouderschapsverlof is een van de soorten verlof die jonge ouders kunnen opnemen, naast bijvoorbeeld kraamverlof of vakantiedagen. Van alle werkende vaders nam in 2017 zo’n 87 procent via zulke regelingen vrijaf na de geboorte van hun kind.

Dat percentage is in de loop der jaren amper veranderd, stelt het CBS. Zo nam in 2015 van alle werkende jonge vaders 85 procent een vorm van verlof op.