Roofvissen jagen vooral in het water rondom keerkringen

Grotere roofvissen, zoals tonijnen en haaien, zijn het meest actief in de wateren nabij de keerkringen van de aarde, schrijven Britse, Canadese, Israƫlische en Zwitserse onderzoekers in het vakblad Nature Communications. Voorheen werd gedacht dat deze roofvissen vooral jaagden rondom de evenaar.

Des te dichter op de evenaar, des te meer diersoorten er te vinden zijn op het land en in het water. Er is volgens de onderzoekers echter nog weinig bekend over hoeveel interactie er is tussen diersoorten in verschillende gebieden op aarde.

Nu concluderen biologen dat, hoewel diversiteit van soorten hoger is rondom de evenaar, roofvissen vooral actief zijn rondom de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring, maar minder bij de evenaar zelf.

Dit blijkt uit data op basis van 900 miljoen aanvallen door roofvissen op neergelegd aas, die plaatsvonden tussen 1960 en 2014. Het gedrag was constant gedurende deze jaren.

Het is niet zo dat vissen meer jagen als ze verder van de evenaar leven. Dichter bij de poolgebieden hoeven prooien minder te vrezen voor de vissoorten. Daar zijn het namelijk vooral zeezoogdieren en vogels die op ze azen.

Van boven naar beneden: de Kreeftskeerkring, de evenaar en de Steenbokskeerkring. (Afbeelding: Wikimedia Commons/ErnstA)