Prehistorische bewoners van West-Nederland wilden eeuwenlang niet boeren

Wetenschappers zijn het oneens over het begin van de landbouw. Sommigen zien het als een grote vooruitgang. Maar er zijn ook aanwijzingen dat het leven van prehistorische boeren helemaal geen feest was. Nieuw onderzoek van Gerrit Dusseldorp (Universiteit Leiden) en Luc Amkreutz (Rijksmuseum van Oudheden Leiden) ondersteunt die tweede zienswijze. Zij laten zien dat in het westen van Nederland jager-verzamelaars lang aan hun levenswijze vasthielden en leggen dit onderzoek uit.

Kijk voor meer informatie op Wetenschap.nu

“Wanneer ben je een boer? Als je een kippenhok in de achtertuin hebt? Dat is meer hobby. Maar wanneer dan wel? Met 10 hectare akker? Dit soort definitievragen lijken futiel, maar zijn voor archeologen belangrijk. Tenslotte eten de meeste boeren wel eens wild, en jager-verzamelaars in contact met boeren ook wel eens graan. Een gebruikelijke definitie is dat boeren 50 procent of meer van hun calorieën uit landbouwproducten halen.”

“In de praktijk vertalen archeologen die naar de samenstelling van overgebleven voedselresten. Omdat planten meestal vergaan zijn, zijn dat vooral dierenbotten. Als meer dan 50 procent van de botten op een archeologische vindplaats van vee is, dan nemen ze aan dat het een boerennederzetting was. Bij minder is sprake van een kamp van jager-verzamelaars (met kleine kuddes als ‘extra’).”

Energiebedrijf Eneco maakte in april nog bekend dat er duizenden vuurstenen gereedschappen waren gevonden op een bouwplaats. De gereedschappen waren afkomstig van jagers-verzamelaars uit de steentijd. (Foto: Eneco)

Op je tellen passen

“Maar aantallen botten geven een vertekend beeld. Wild is vaak ondervertegenwoordigd op vindplaatsen. Dat komt doordat boeren hun vee bij de nederzetting slachtten, terwijl jagers wild op jachtexpedities doodden. Vaak op kilometers afstand. In die gevallen slachtten zij hun prooi in het veld en lieten een deel van de botten achter.”

“Dat scheelt tillen. Een ander probleem is dat de botten van wild zwijn en varken nauwelijks verschillen. Hun botten liggen op veel vindplaatsen maar archeologen kunnen die niet zomaar als wild of tam tellen. Een nieuw onderzoeksproject aan de Rijksuniversiteit Groningen brengt hier hopelijk verandering in .”

Diversiteit van de botten als oplossing

“Om de problemen van de aandelen wild en vee te omzeilen, kijkt een nieuwe analyse naar de diversiteit aan diersoorten. Het aantal soorten, gecorrigeerd voor het aantal gevonden botten, is een extra aanwijzing voor hoe intensief men vroeger wilde dieren exploiteerde. Uit de analyse blijkt dat de soortenrijkdom op vindplaatsen in West-Nederland tussen 8.000 en 4.500 jaar geleden onverminderd hoog is.”

“Dat geeft aan dat de bewoners vasthielden aan de exploitatie van wilde voedselbronnen. Ook al hadden ze vanaf 7.000 jaar geleden ook een beetje vee en kleine akkertjes. De analyse laat wel streekgebonden nuances zien. Aan de kust neemt de diversiteit na 5.500 jaar geleden iets af. Het lijkt erop dat men in de duinen bij Den Haag toen meer nadruk legde op veeteelt dan elders.”

Overzicht van voedselresten van jager-verzamelaar-vindplaatsen bij Hardinxveld. Linksboven de kaak van een grijze zeehond, centraal de schedel van een edelhert. (Foto: Rijksmuseum van Oudheiden, Leiden)

Jagen en verzamelen met een uitgebreid menu

“Prehistorische landbouw was niet uniform een voor- of achteruitgang. De voor- en nadelen verschilden per samenleving. In het natte westen was het lastiger boeren dan op de vruchtbare löss in Zuid-Limburg. Het blijvende ‘Wilde Westen’ van Nederland laat zien dat de jager-verzamelaars hier landbouw niet als grote vooruitgang zagen.”

“Dit is een goede illustratie van het feit dat geschiedenis geen doel heeft. Landbouw geldt achteraf pas als vooruitgang, maar de prehistorische ervaringsdeskundigen beleefden dat anders. Voor jager-verzamelaars in nat Nederland was een uitgebreide menukaart van wild met een beetje rundersteak een doel op zich.”