Opluchting bij Salo Muller na jarenlange strijd om schadevergoeding van NS

Jarenlang streed Salo Muller (82) voor een schadevergoeding van de Nederlandse Spoorwegen (NS) voor Holocaust-slachtoffers of nabestaanden daarvan. Het kostte veel moeite, maar woensdag bleek het niet voor niets te zijn geweest. De NS komt slachtoffers of nabestaanden tegemoet met een bedrag van maximaal 15.000 euro.

“Ik ben opgelucht dat het allemaal achter de rug is”, zegt Muller. “Maar als je bedenkt waarom we de tegemoetkoming krijgen, dan word ik daar heel verdrietig van. Er zijn mensen vermoord.”

Zelf overleefde Muller de oorlog. Hij zat op de Joodse crèche in Amsterdam, nadat zijn ouders vanaf de Hollandse Schouwburg in de hoofdstad naar vernietigingskamp Auschwitz waren gebracht.

Muller werd gered uit de crèche en verbleef de rest van de oorlog bij meerdere onderduikgezinnen. Voordat het gezin Muller werd opgepakt, zaten ze vanaf 1941 ook al ondergedoken.

Muller sprak decennialang niet over de oorlog

Na afloop van de oorlog duurde het lang voordat Muller te horen kreeg dat zijn ouders in Auschwitz waren omgebracht. Pas in 1948 ontving hij een brief van het Rode Kruis, waarin het overlijden van Louis Muller en Lena Muller-Blitz stond vermeld.

In de decennia daarna sprak Muller niet veel over de oorlog. Ook niet met zijn vrouw, wier ouders ook omkwamen in de oorlog. Meer dan dat ze waren omgekomen in vernietigingskamp Sobibor wist hij niet.

Ook bij Ajax, waar Muller in de jaren zestig en zeventig fysiotherapeut en verzorger was, sprak hij niet over de gebeurtenissen die hij meemaakte in de oorlog. Spelers als Sjaak Swart, Johan Cruijff en Piet Keizer lapte hij op, maar ze wisten allemaal niet wat voor herinneringen in Muller schuilgingen.

“Als ik er niet mee begonnen was, dan hadden we 0 euro gekregen”

Salo Muller

Door te praten kon Muller oorlog plek geven

Het zwijgen duurde tot halverwege de jaren negentig, toen hij benaderd werd om zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog op film te laten vastleggen. In eerste instantie weigerde hij, maar later ging hij toch akkoord.

Het praten over de Holocaust hielp Muller om zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog een plaats te geven. Hij ging er steeds meer over praten, schreef zelfs een boek (Tot vanavond en lief zijn hoor!, de laatste woorden van zijn moeder tegen hem voordat ze door de nazi’s werd opgepakt) en vertelde op scholen over de Tweede Wereldoorlog.

Muller vindt ook dat de NS slachtoffers of nabestaanden van transporten naar concentratiekampen financieel tegemoet moet komen. De excuses die het bedrijf in 2005 heeft gemaakt, zijn voor hem niet voldoende.

Salo Muller (links) met NS-topman Roger van Boxtel (rechts). (Foto: Pro Shots)

Muller is trots dat het gelukt is

In eerste instantie laat de NS hem meerdere keren per brief weten dat die financiële tegemoetkoming niet mogelijk is. Maar als Muller NS-topman Roger van Boxtel persoonlijk benadert, komt er beweging in de zaak.

Het leidt uiteindelijk tot de financiële tegemoetkoming, die de NS woensdag bekend heeft gemaakt. Muller hoort het met tranen in zijn ogen aan.

Het maakt hem ook trots, dat het tóch gelukt is. “Als ik er niet mee begonnen was, dan hadden we 0 euro gekregen. Er waren mensen die zeiden: ‘Stop ermee, het is trekken aan een dood paard.’ Maar door mijn inzet, en die van mijn advocaat, is het toch wat geworden. Daar ben ik wel trots op, ja.”

‘Strijd is nog niet gestreden’

Nu Muller tot overeenstemming met de NS is gekomen, betekent dat niet dat hij de strijd opgeeft. Hij overweegt om ook andere instanties te wijzen op hun rol tijdens het transport van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, denk bijvoorbeeld aan het Gemeentelijk Vervoerbedrijf in Amsterdam.

“Ik ga met mijn advocaat om de tafel en kijken wat we kunnen doen. Het is nog niet helemaal bekend wat we gaan doen, maar misschien komt er wel wat. De strijd is in ieder geval nog niet gestreden.”