Ontdekkingsreizigers beheersten Latijns-Amerika met hulp van lokale smeden

Spaanse ontdekkingsreizigers maakten vanaf de zestiende eeuw gebruik van lokale smeden in Latijns-Amerika om metalen te produceren voor hun wapens, gereedschappen en munten. Dat schrijven archeologen in het vakblad Latin American Antiquity. In ruil voor korting op belastingen produceerden lokale metaalbewerkers de materialen die de conquistadors nodig hadden om grip te houden op het continent.

De conquistadors gebruikten brons, een legering van koper en tin, voor hun wapentuig en andere spullen. Echter hadden Spanjaarden in de zestiende eeuw nog nooit de kennis ontwikkeld om zelf koper te verwerken.

Spanje importeerde dit materiaal vanuit centraal Europa, maar in de Nieuwe Wereld hadden ze het metaal ook nodig. Om lokale metaalbewerkers zover te krijgen koper te produceren voor de overheersers, kregen deze vaklieden kortingen op de belastingen die de inheemse volkeren moesten betalen.

Spaanse bezetters zouden een tot twee eeuwen afhankelijk zijn geweest van inheemse smeden. Deze smeden hadden vermoedelijk al honderden jaren eerder de kennis opgedaan om koper te maken, wat zij vooral gebruikten voor religieuze voorwerpen als amuletten.

Om de lokale productie te ‘verbeteren’, introduceerden de Spanjaarden wel technieken om lucht in de smeltovens te pompen: de blaasbalg.

Archeologen trekken de conclusies uit brieven vanuit Latijns-Amerika naar Spanje, waarin werd geschreven over hoe de bezetters inheemse volkeren zover kregen metaal voor ze te maken. Ook vonden ze een vermoedelijke werkplaats in Mexico, waar resten van bijproducten van de koperproductie werden gevonden.