Nederlands studententeam lanceert experimentele raket in Zweden

Een team van onderzoekers en studenten aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) en Radboud Universiteit Nijmegen heeft ontdekt hoe de positie van een raket tot op enkele centimeters kan worden bepaald tijdens diens vlucht. Maandag lanceren zij een raket in Zweden om hun vondst te testen.

Het Nederlandse experiment, genaamd PR3 Space is mogelijk interessant voor ruimteorganisaties. Het is voor hen namelijk belangrijk om een raket tijdig bij te kunnen sturen, zodat de raket op de gewenste plek terechtkomt.

Het bepalen van de locatie van een raket is lastig vanwege de hoge snelheden die een raket kan bereiken, tot wel 1.500 meter per seconde, stelt projectleider en TU/e-onderzoeker Mark Wijtvliet op de website van de TU/e. Ook passeert een raket meerdere lagen in de atmosfeer.

De nieuwe methode kan in de toekomst mogelijk ook gebruikt worden voor het tracken van personen en verschillende soorten objecten, zoals verloren zeecontainers of een vliegtuigwrak, denken de onderzoekers.

Raket gelanceerd in het noorden van Zweden

De speciale raket van het Nederlandse studententeam zal tussen maandag en woensdag gelanceerd worden in Esrange, in het noorden van Zweden. Als alles goed gaat, blijft de raket circa vijftien minuten in de lucht hangen en bereikt hij een hoogte van 80 tot 100 kilometer.

Om de plaats van de raket tijdens zijn vlucht te bepalen, hebben de studenten drie antennes op de raket gemaakt. Die zenden radiosignalen uit met ieder een eigen frequentie. Die signalen worden op de grond opgevangen.

Het zogeheten faseverschil tussen die golven vertelt vervolgens de locatie van de raket. Doordat die locatie duizend keer per seconde gemeten wordt, kan de exacte plek van de raket tot op enkele centimeters worden bepaald. Dit is “tien keer nauwkeuriger dan gps”, waarbij het signaal via satellieten gaat, aldus de onderzoekers.

Experimenten maken deel uit van ESA-project

Naast de proef met de plaatsbepaling gaan de studenten ook experimenteren met het meten van kosmische straling. Dat doen ze met behulp van telefooncamera’s op de raket.

Als die camera’s op de juist wijze worden afgesteld, kunnen ze gebruikt worden om ionische straling te meten, stellen zij. Dit kan in de toekomst mogelijk helpen om de levensduur van kleine satellieten te monitoren.

De experimenten maken deel uit van een project geleid door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Jaarlijks lanceren zij twee raketten met aan boord experimenten van zo’n vier of vijf internationale studententeams. Volgens Wijtvliet is het voor het eerst dat een Nederlands project door de selectie is gekomen.