Mensen met autisme contact leren maken: wie plukt daar de vruchten van?

Mensen met autisme hebben vaak moeite met het maken van sociaal contact, zoals oogcontact of het onderhouden van een gesprek. Dit soort vaardigheden kunnen zij aanleren met trainingen of therapieën, maar is dit goed voor henzelf of juist meer voor hun omgeving?

Autismespectrumstoornis (ASS) is onder meer te herkennen aan problemen met sociale interactie, beperkte interesses of een overgevoeligheid voor prikkels, zo wordt beschreven in het handboek voor psychiatrie DSM-5. Veel mensen met autisme krijgen als kind al de diagnose, maar anderen pas op hun 25e of zelfs hun 50e.

Autisme uit zich in ontzettend veel vormen en per persoon verschilt de ‘oplossing’ om bijvoorbeeld toch een ‘normaal’ gesprek te kunnen voeren. Zo kunnen mensen met ASS zichzelf bijvoorbeeld leren om oogcontact te maken, maar kunnen zij hiervoor ook in therapie gaan.

Een van de vele soorten therapie is Pivotal Response Treatment (PRT), waarbij cliënten ‘kernvaardigheden voor sociaal contact’ leren. “Het doel van PRT is dat kinderen met autisme bijvoorbeeld leren plezier te beleven aan contact met anderen, en zelf ook initiatief kunnen nemen in contact leggen met anderen”, vertelt PRT-therapeut Iris Servatius-Oosterling, die vooral met jonge kinderen en ouders werkt.

“Kinderen van drie of vier jaar stellen de hele dag vragen en daarom leren ze. Kinderen met autisme doen dat niet of minder, wat hun ontwikkeling bemoeilijkt.” Maar hoe zorg je ervoor dat een kind met autisme zich toch kan ontwikkelen?

Servatius-Oosterling vertelt over Sam, een tweejarige jongen die zijn ouders niet aankeek. “Sam zat op schoot bij zijn vader, die een liedje voor hem zong dat hij leuk vond. Af en toe ging de vader langzamer zingen. Sam moest zijn vader dan aankijken om aan te geven dat het liedje door moest gaan. Zodra hij dat deed, reageerde zijn vader enthousiast en ging het liedje door, als een soort beloning.”

“Het doel van Pivotal Response Treatment is dat kinderen met autisme bijvoorbeeld leren plezier te beleven aan contact met anderen.”

Iris Servatius-Oosterling, PRT-therapeut

Mensen praten terug, ook al willen ze dat niet

Dergelijke behandelingen zijn ook toe te passen op oudere kinderen en volwassenen. “De technieken blijven hetzelfde. Je begint bijvoorbeeld een gesprek met iemand en daagt diegene uit om actief deel te nemen en bijvoorbeeld vragen te stellen om het gesprek gaande te houden.”

Het kan echter wel voorkomen dat iemand een gesprek leert voeren, maar dat diegene dit vooral doet omdat het ‘zo hoort’, niet omdat diegene dat van nature ook zelf echt wil. “Wil je dan iemands gedrag aanpassen voor de persoon zelf, of omdat de samenleving daar baat bij heeft?” vraagt Karol Henke, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA), zich af.

“Bij volwassenen zie je vaak dat het gaat om camouflagetechnieken, waarbij iemand als het ware zijn of haar autisme verbergt. Zo zeggen ze ‘goedemorgen’, omdat ze weten dat jij het prettig vindt om dat te horen als je op werk aankomt”, legt Henke uit.

‘Een hond leren miauwen omdat mensen katten willen’

“Als je een hond leert miauwen omdat de markt katten meer waardeert, is er dan iets mis met de hond of de markt?”, zegt Henke. Daarmee vindt hij niet dat behandelingen per definitie slecht zijn. “Als je er gedrag mee afleert dat jouw eigen ontwikkeling stoort, dan is het een hulpmiddel. Daarbij wil iedereen alleen maar helpen, dat is natuurlijk goed.”

Therapeut Servatius-Oosterling is het ermee eens dat je moet (be)handelen voor het welzijn van een persoon. “Maar ik denk wel dat mensen met autisme ook mee willen doen en geaccepteerd willen worden, wat moeilijk is als je je anders gedraagt.” Door therapieën als PRT hoopt zij mensen met autisme de middelen te geven die zij nodig hebben om zich staande te houden in de maatschappij.

“Mensen moeten ook gewoon tolerant zijn voor anderen en respectvol met elkaar omgaan zonder stigma’s”, vindt de therapeut. “Maar als je mee wil doen in de samenleving, moet je daar ook wat voor willen terugdoen. Door dit soort middelen te leren, kunnen ze zich in de samenleving voegen en hoeven ze zich niet eenzaam te voelen. Als mensen maar gelukkig zijn, dat is het belangrijkste.”