Mensen kunnen vaker plek van calorierijk eten onthouden dan caloriearm eten

Wetenschappers van de universiteit van Wageningen (WUR) hebben ontdekt dat mensen beter kunnen onthouden waar calorierijk voedsel ligt dan waar caloriearm voedsel ligt, schrijven ze in het vakblad Scientific Reports.

Mogelijk is dit zogenoemde ‘ruimtelijke geheugen’ ontwikkeld in de prehistorie, toen jagers-verzamelaars moesten overleven met voedselschaarste. Ruimtelijk geheugen is de mogelijkheid om te onthouden waar een voorwerp zich bevindt.

Tegenwoordig is dit ruimtelijke geheugen mogelijk minder goed voor mensen, denken de ontdekkers. Dit komt omdat er steeds meer caloriearme producten op de markt zijn, terwijl mensen dus geëvolueerd zijn om die juist niet op te zoeken.

Vervolgonderzoek moet uitwijzen hoe dit geheugen precies het eetgedrag van mensen beïnvloedt.

Proefpersonen moesten route met voedsel afgaan

Om dit te ontdekken werd in 2018 een proef uitgevoerd met 512 mensen, die elk een parcours moesten bewandelen. Langs dit parcours stonden acht voedselproducten en acht wattenschijfjes die naar voedsel roken.

Wanneer de proefpersonen bij het voedsel of staafje kwamen, proefden of roken ze het en lieten ze weten wat ze ervan vonden en of ze het kenden. Na de test kregen ze zonder aankondiging van tevoren de vraag of zij op een kaart konden aanwijzen waar de producten allemaal stonden langs de route.

Deelnemers konden voedselproducten met veel calorieën 27 procent specifieker aanwijzen dan caloriearme producten. Voor de gegeurde watjes was dat 28 procent. Factoren als zoet of hartig, lekker of vies en bekend of onbekend speelden volgens de onderzoekers geen rol.

Wel konden mensen 2,5 keer vaker de plek van een product aanwijzen dan de plek van een wattenstaafje.