Groepsimmuniteit lijkt ondanks de vele besmettingen ook nu niet in zicht

In Nederland lijkt groepsimmuniteit ver weg te zijn. Het is mogelijk dat hele wijken of dorpen immuun voor COVID-19 worden, maar immuniteit in een heel land lijkt er zonder vaccin of langdurige overbelasting van de zorg niet in te zitten.

Onder artikelen over het oplopende aantal besmettingen met het coronavirus in Nederland reageerden ook opvallend vaak NUjij’ers verheugd. Zij verwachten dat door het oplopende aantal besmettingen snel groepsimmuniteit wordt bereikt.

Dit lijkt ijdele hoop. Zonder vaccin is groepsimmuniteit nog lang niet in zicht, laat hoogleraar Theoretische Epidemiologie aan de Universiteit Utrecht Hans Heesterbeek aan NU.nl weten.

Wat is groepsimmuniteit ook alweer?

Er kan zonder een vaccin groepsimmuniteit ontstaan als door eerdere infecties zoveel mensen afweer tegen een virus hebben opgebouwd, dat het virus te weinig mensen kan besmetten om zich goed te kunnen verspreiden. In dat geval kan een virus dus geen grote uitbraken meer veroorzaken.

Heesterbeek legt uit dat we op dit moment ver van een eventuele groepsimmuniteit tegen COVID-19 af zitten. “In Nederland zijn er schattingen dat een miljoen mensen het coronavirus zou hebben gehad. Als dit klopt, dan nog is dat maar 6 à 7 procent van het hele land.”

“Dit betekent dat er nog steeds veel te veel mensen vatbaar zijn. De zorg zou, als je niet probeert besmettingen te voorkomen, nog steeds compleet blijven overlopen.”

Welk percentage zou nodig zijn?

Wanneer zouden we wel dicht bij groepsimmuniteit zitten? Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) schatte in maart dat 50 tot 60 procent van de Nederlanders afweer tegen het coronavirus moet hebben voor een natuurlijke groepsimmuniteit. Heesterbeek legt uit dat dit een hele grove schatting is en dat die is gebaseerd op het aantal mensen dat één COVID-19-patiënt besmet als er geen maatregelen tegen het coronavirus zijn.

In de berekening wordt ervan uitgegaan dat iedereen even vatbaar voor het virus is en dat alle besmette personen even besmettelijk zijn. Daarnaast wordt er in deze berekening geen rekening mee gehouden dat sommige mensen veel verschillende contacten hebben, terwijl andere juist weinig contacten hebben. Het dus om een versimpeling van de werkelijkheid.

Lastig om preciezer te berekenen

Verschillende onderzoekers hebben geprobeerd met dit soort zaken rekening te houden en komen daarmee soms op optimistischere schattingen uit. Zo ging een aantal Zweedse onderzoekers er in een berekening van uit dat mensen met veel contacten relatief vroeg in de corona-uitbraak besmet raken. Daardoor besmetten deze mensen in het begin van de epidemie mogelijk veel anderen, maar zorgen ze er later juist voor zorgen dat het virus zich minder makkelijk verspreidt.

Volgens de Zweden zou je in dat geval al een vorm van groepsimmuniteit hebben als 43 procent van de bevolking afweer tegen het coronavirus heeft opgebouwd.

Heesterbeek schrijft dat dergelijke berekeningen wetenschappelijk gezien interessant zijn, maar dat je de uitkomsten met een korreltje zout moet nemen. We weten nog te weinig om te kunnen zeggen dat dergelijke conclusies ook in de praktijk opgaan. “Het is aannemelijk dat het benodigde percentage voor groepsimmuniteit lager ligt dan die 50 à 60 procent. Maar ook als het 40 procent is, zitten we er nog ver van af en is het te risicovol om daarop te vertrouwen en geen maatregelen te nemen.”

Mogelijk wel immuniteit in steden of wijken

Bestaat er nu dan helemaal geen groepsimmuniteit tegen het coronavirus? Heesterbeek schrijft dat in zwaar getroffen wijken in bijvoorbeeld New York of in een aantal dorpen in Noord-Italië mogelijk sprake van groepsimmuniteit is. En ook in Nederland is het mogelijk dat op hele kleine schaal, bijvoorbeeld in kleine dorpen, groepsimmuniteit is opgebouwd.

Maar vanwege regionale verschillen zegt het percentage mensen dat afweer heeft opgebouwd niet alles. Ook de verdeling over het land is heel belangrijk. Een paar kleine dorpen of wijken waar een zware uitbraak is geweest, kunnen nu een beetje beter beschermd zijn, maar er zijn ook veel gebieden waar nog relatief weinig besmettingen zijn geconstateerd. Daar kan het coronavirus zich dus voorlopig blijven verspreiden als er geen maatregelen worden genomen.

En dit is niet het enige probleem voor natuurlijke groepsimmuniteit. We weten dat veel coronapatiënten antistoffen aanmaken en dus hoogstwaarschijnlijk voor langere tijd beschermd zijn. Maar hoelang ze beschermd blijven en of ze bijvoorbeeld over twee jaar weer ziek kunnen worden, is nog onduidelijk. Dat wordt nog volop onderzocht.