De Jonge: ‘Kan de krapte aan beschermingsmiddelen niet wegtoveren’

Omdat er als gevolg van de uitbraak van het coronavirus wereldwijd een tekort aan medische beschermingsmiddelen is, kan minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) niet garanderen dat alle zorgmedewerkers de komende weken beschikken over de juiste bescherming. “Vandaag is er krapte, morgen is er krapte en die krapte kan ik niet wegtoveren”, zei De Jonge woensdag tijdens het debat over de aanpak van de coronacrisis.

Kamerbreed klinkt er onvrede over een gebrek aan beschermingsmateriaal voor zorgverleners die buiten het ziekenhuis hun werk moeten doen. Het gaat om medewerkers in de thuiszorg, de verpleeghuiszorg, de wijkverpleging en de gehandicaptenzorg.

“We klappen terecht voor onze zorgverleners, maar het minste wat we kunnen doen, is ervoor zorgen dat zij veilig kunnen werken”, zei SP-leider Lilian Marijnissen. Door de tekorten moeten zorgverleners onbeschermd hun werk doen. Zij weten niet of zij het virus oplopen of zelf verspreiden. “Russische roulette”, noemde Geert Wilders (PVV) het. Pieter Heerma (CDA): “De verdeling van de beschermingsmiddelen gaat niet goed.”

Dat er problemen zijn, ontkende de minister niet. Tegelijkertijd zei hij dat het kabinet “alles op alles” zet om aan de juiste mondkapjes en veiligheidsbrillen te komen. Er zijn bestellingen geplaatst en er wordt gewerkt aan productie in eigen land.

Maar op de vraag wanneer de zorgmedewerkers van de juiste bescherming verzekerd zijn, kon hij geen antwoord geven. “Het eerlijke antwoord is dat er schaarste is. Over de hele wereld”, zei De Jonge. “Doen alsof die schaarste er morgen niet meer is, is mensen voor de gek houden.”

Hij kon wel beloven voor het paasweekend met een verdeelmodel te komen om de beschikbare beschermingsmiddelen beter en eerlijker te verdelen onder de verschillende zorgverleners.

Angst voor ‘stille ramp’ in verpleeghuizen

Eerder op de dag werd de Kamer door RIVM-baas Jaap van Dissel bijgepraat over de laatste stand van zaken. Uit de hoorzitting kwam naar voren dat in 900 van de 2.500 verzorgingshuizen besmettingen zijn vastgesteld. Hoeveel ouderen met het coronavirus zijn besmet, is volgens De Jonge op dit moment niet te zeggen. Dat wordt onderzocht door het RIVM.

Marijnissen is bang dat zich een “stille ramp” in de verzorgingstehuizen voltrekt. Ze vraagt zich af of de maatregelen ouderen voldoende beschermen. Sinds 19 maart mogen ouderen in verpleeghuizen geen bezoekers meer ontvangen. Een deel van de Kamer vraagt zich af of dat niet te streng is. “Eenzaamheid is ook een gevaarlijk virus”, zei Heerma.

Een versoepeling van het bezoekverbod zit er echter niet in. “Dat kunnen we ons niet veroorloven”, aldus de minister. Tegelijkertijd blijft hij kijken naar mogelijkheden om het contact niet helemaal te verbreken. Zo is het onder meer mogelijk om bij bewoners in het verzorgingshuis in te wonen. “De verpleeghuizen worden hard geraakt”, zei De Jonge, die herhaalde dat de maatregelen voor de verpleeghuiszorg nog lang van kracht zullen zijn.

Alleen corona-app als die in lijn met privacystandaarden is

Het kabinet kondigde dinsdag aan te onderzoeken of speciale corona-apps op mobiele telefoons kunnen helpen bij het controleren van de verdere verspreiding van het coronavirus.

De app moet samen met de uitbreiding van de testcapaciteit ervoor zorgen dat besmettingen beter kunnen worden opgespoord. Door middel van locatiegegevens kan in kaart worden gebracht wie in de buurt van een besmette persoon is geweest. Daarna zal diegene thuis in quarantaine moeten gaan. De app kan volgens het kabinet helpen om maatregelen gerichter in te zetten. Op deze manier kunnen de beperkende maatregelen op termijn versoepeld worden.

Nagenoeg alle Kamerfracties staan welwillend tegenover de corona-app, maar wel onder strikte voorwaarden. De app moet zo min mogelijk inbreuk op grondrechten maken, mag niet verplicht worden en moet tijdelijk zijn.

Minister De Jonge is dat met de Kamer eens. De app zal alleen worden geïntroduceerd als die in lijn met de privacystandaarden is. Volgens de minister is de app niet zozeer geïnteresseerd in de locatie van een gebruiker, maar in de vraag of de gebruiker in de buurt van een besmette persoon is geweest.

Volgens de eerste onderzoeken zou 60 procent van de bevolking de app moeten gebruiken. Het liefst wil De Jonge dat de app op vrijwillige basis wordt gebruikt, maar sluit niet uit het gebruik ervan verplicht wordt.

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.

Het coronavirus in het kort